Home   Sitemap   English   Contact
Home / Indeling projecten / Nieuwe teelten of teeltsystemen / Dieper wortelen, beter benutten

Dieper wortelen, beter benutten

KRW08069

Dieper wortelen, beter benutten

Dit project onderzoekt maatregelen die de bewortelingsintensiteit en de worteldiepte van gras vergroten. Hiermee beoogt men de nutriëntenbenutting van grasland te verbeteren en zo te voorkomen dat uitspoeling van nitraat en fosfaat de waterkwaliteit beïnvloedt. Binnen twee jaar wordt ingezet op een prototypering van praktijkrichtlijnen en verder praktijkonderzoek. De doelstelling van het project is om het landbouwkundig optimum in de aanwending van nutriënten substantieel dichter bij milieukundige doelstellingen te brengen.

Doel

Doel van het project is het bereiken van een betere stikstof- en fosfaatbenutting van gras en daarmee minder verliezen naar het milieu en het oppervlaktewater in het bijzonder.Daartoe wordt inzicht verkregen in het effect van management op de diepte en intensiteit van het wortelstelsel van gras en daarmee op de stikstof- en fosfaatefficiëntie en -verliezen. Binnen twee jaar wordt ingezet op een prototypering geschikt voor het opstellen van praktijkrichtlijnen en basis voor verder praktijkonderzoek.

Aanpak

  • Fase 1: literatuuroverzichtEen aanvullend en verdiepend literatuuronderzoek vindt plaats voor optimale focus en voorkomen van (internationale) doublures. De basis van de literatuurstudie wordt uitgevoerd in 2009. 
  • Fase 2: kolommenproef voor proof of principle, het effect van bewortelingsdiepte en intensiteit op N- en P-opname.In grondkolommen wordt gezocht naar nieuwe aantoonbare verbanden op het terrein van:- benutting van gegeven N en P- benutting van mineralisatie van N en P in de bodem- benutting van vocht (en daardoor betere benutting  van N en P)
  • Fase 3: veldproef en 2e kolommenproef met ongestoorde grond waarin werkzame maatregelen uit 1e kolommenproef worden getoetst onder praktijkomstandighedenIn een veldproef wordt de beworteling en nutriëntenbenutting van drie grassoorten onder verschillende bemestingsniveau’s gemeten en vergeleken.In een 2e kolommenproef wordt de hypothese getoetst dat uitstel van bemesting na een snede tot een intensievere en diepere beworteling leidt, waardoor de N-benutting hoger is. De proef wordt uitgevoerd met grondkolommen die ongestoord in een graslandperceel zijn genomen en vervolgens onder gecontroleerd omstandigheden worden gehouden. Deze combinatie maakt het mogelijk om betrouwbare metingen te verrichten aan een systeem dat zeer dicht bij de praktijksituatie ligt.
  • Fase 4: prototypering, opstellen richtlijnen voor de praktijk, communicatieNaast een wetenschappelijk rapport wordt er een brochure opgesteld met de belangrijkste sturingsmaatregelen voor de praktijk. 

Stand van zaken (mei 2010)

  • Fase 1: Literatuuroverzicht is in conceptvorm klaar. De studie levert een overzicht van de stand van kennis over de relatie tussen beworteling en nutriëntenopname, en mogelijke maatregelen die de beworteling kunnen bevorderen.
  • Fase 2: Kolommenproef is uitgevoerd. Aan de rapportage wordt momenteel gewerkt. De eerste resultaten steunen de hypothese dat een diepere beworteling de benutting positief beïnvloedt (zie grafiek).
  • Fase 3: Zowel de veldproef met grassoorten als de kolommenproef met uitstel van bemesting in ongestoorde kolommen zijn in de opstartfase. De eerste resultaten worden in de herfst verwacht.
  • Fase 4: Deze fase begint nadat resultaten uit fase 3 bekend zijn.

Heeft het project al een praktijkrijpe maatregel opgeleverd?

Verwachting is dat fase 3 voor de praktijk interessante maatregelen gaat opleveren.