Home   Sitemap   English   Contact
Home

Er wordt een ‘gereedschapsset’ ontwikkeld voor grondgebonden teelten om emissiemanagement op het bedrijf te kunnen toepassen. Het ontwikkelen van het ‘emissiemanagementsysteem’ bestaat uit een aantal onderdelen en activiteiten en omvat zowel ontwikkeling van meetinstrumenten en software als implementatie en kennisverspreiding binnen de sector via regionale netwerken. In het eerste jaar ligt een accent op zowel optimalisatie van het lysimetersysteem, inclusief nieuwe vochtsensoren, als op het ontwikkelen van de noodzakelijke software hulpprogramma’s en onderlinge koppeling van de verschillende systemen. Daarnaast worden de regionale praktijknetwerken gevormd en komt er de eerste aanzet tot ‘best practices’. In het tweede jaar tot aan het einde van het project zal het vooral aan om het toetsen en demonstreren van de systemen tezamen met de verspreiding van de kennis, zodat aan het eind van het project, eind 2011 het ‘emissiemanagementsysteem’ rijp is om grootschalig te worden geïntroduceerd en opgeschaald.

overzicht partners

Het project richt zich op waterkringloopsluiting op bedrijfsniveau van glastuinbouwbedrijven met substraatteelt. Het doel is de emissies van nutriënten en gewasbeschermingsmiddelen naar het oppervlaktewater of riool te voorkomen. Er worden twee elkaar aanvullende sporen gevolgd. Allereerst wordt het hergebruik van drainwater gemaximaliseerd. Hiervoor worden technieken en technologieën doorontwikkeld waarmee de water- en meststoffengift wordt geoptimaliseerd, en waarmee groeiremming (een belangrijke reden voor lozing) kan worden voorkomen. Deze worden op praktijkbedrijven getoetst.

Daarnaast wordt het uiteindelijk te lozen drainwater gezuiverd met één of twee voor de glastuinbouw nieuwe zuiveringstechnologieën, waarbij vooral membraandestillatie als veelbelovend wordt gezien. Op basis van een haalbaarheidstudie en laboratoriumonderzoek wordt de meest kansrijke technologie in de praktijk getoetst. Ook wordt onderzocht of de reststromen van de zuivering kunnen worden hergebruikt (valorisatie).

overzicht van partners

We developed a completely new approach to improve pesticide deposition on plant leaves in agriculture and horticulture. Pesticide is the common name for sometimes largely different compounds such as herbicides, fungicides and insecticides used for crop protection. Enormous amounts of pesticides are used in agriculture: total E.U. sales (in the year 2000) exceed 6000 Million € per year, representing 320 000 tons of material. A large part of sprayed pesticides never reaches the plants but falls directly on the soil or into surface water, causing strong adverse ecological effects without any benefit to health or yield of the crop.
In its report of 19 February 2003, the environmental commission of the European Parliament requests that “urgent and obligatory actions be taken in order to reduce by half the coming ten years the quantities of pesticides used”. Our achievement is an important step in achieving this goal and reduce the loss of pesticides on the soil and in the surface water.
The problem is twofold. First, the plants retain only part of the spray: many drops end up on the soil because the hydrophobic character of the leaves causes the bumping-off of the droplets. Second, the wind makes small droplets drift away from the plants and end up on the soil and in the surface water around the field. Very small droplets end up airbound anyway. We have developed a technology with an additive, SQUALL,  that tackles the two problems at the same time:
A. an increased deposition on the plants and
B. narrow drop size distribution to efficiently reduce the drift.

Squall is an environmentally friendly polymer, used in many consumer products (for instance tooth paste).
In field tests we also found that the rain fastness (resistance to rain) improved at least 15 %.
The principle is applicable to all pesticides. The investigations consisted of laboratory work and a number of tests on semi-technical scale and subsequently  field test to determine the performance in practice conditions. We succeeded to diminish the use of pesticides by at least 15%, and sometimes (with some pesticides) as much as 50%, with the same plant protection. The completely new approach was pioneered by Prof. D. Bonn (one of the partners) and his fundamental work on the subject already caught a lot of attention in the international press: more than 18 leading papers and TV-stations have reported on it .
We can estimate that the market of Squall in the EU alone is over 500 Million €.
The development was partly financed by a grant from the European Commission in the EUREKA-programme.
Currently the Ministry of Roads and Waterways is given substantial financial support for the start-up of marketing and sales.

Bovenstaande tekst aangevuld met enkele test resultaten en referenties kunt u hier downloaden.

Zeven innovatieve bedrijven en 12 telers slaan de handen ineen voor extra resultaat. Onder leiding van CLM en DLV Plant ontwikkelen zij in het KRW-project "Innovaties in het Kwadraat" gezamenlijk een teeltsysteem voor peer, prei en aardbei. Het project combineert op een slimme manier innovatieve producten en technieken. Telers verminderen zo de emissies van gewasbeschermingsmiddelen en nutriënten naar het water. EN leveren een kwalitatief goed product.

klik hier voor meer informatie over de deelnemende bedrijven met hun technieken

Tips voor eindgebruikers

hiermee breng je als overheid, agrarisch ondernemer, erfbetreder of onderwijskundige innovaties makkelijker in de praktijk.

Het in deze module voorgestelde onderzoek heeft als doel maatregelen te ontwikkelen om lekken in nutriëntenkringlopen op de scheiding tussen landbouwperceel en sloot te dichten: fosfaatverwijdering uit afvoerwater kan worden bereikt door ijzerhoudend materiaal toe te passen, terwijl nitraat kan worden omgezet in gasvormig stikstof door koolstofrijke organische stof te gebruiken. De ijzerhoudende materialen kunnen worden toegepast in waterdoorlatende ijzerschermen langs de slootrand of in filters die aan het uiteinde van drainagebuizen kunnen worden gekoppeld. Als alternatief voor filters wordt onderzocht of het mogelijk is om drainagebuizen te omhullen met ijzerhoudende materialen. Het koolstofrijke organische stof kan mogelijk worden gebruikt in ‘denitrification walls’. De maatregelen zijn gericht op gronden met hoge nutriëntenverliezen naar het oppervlaktewater, zoals fosfaatverzadigde en -lekkende gronden of in de bloembollen- en boomkwekerijsector.

Dit project combineert een landelijk meetnet van meer dan 60 weerstations met kennis over de ontwikkeling van ziektes in fruit- en boomteelt en kennis over afspoeling van gewasbeschermingsmiddelen. Het beoogde resultaat is een beslissingsondersteunend systeem dat het aantal bespuitingen met gewasbeschermingsmiddelen kan beperken. Telers krijgen toegang tot de informatie via een website.

Het hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht heeft een stimuleringsregeling Natuurvriendelijke Oevers opgesteld. De bijbehorende uitvoeringssystematiek wordt in dit project opgesteld en uitgetest. Het project omvat het opstellen van een werkbare beheerregeling, het uitwerken van maatregelen¬pakketten, het opzetten van een organisatiestructuur, het uittesten van het natuurlijkvriendelijk inrichten van oevers en het afsluiten van overeenkomsten met agrariërs, het opstellen van een monitoringplan, het verzamelen van kosten en effecteninformatie en communicatie over de resultaten.

In dit project wil men de zuiverende werking meten van overjarig riet in bestaande sloten, dus van min of meer natuurlijke rietfilters, met verschillende beheerregimes en waterpeilen. Het laten overstaan van riet kan de doorstroming in deze sloten belemmeren en daarmee de afvoerfunctie negatief beïnvloeden en tot natschade leiden. In het project wordt daarom ook de doorstroming jaarrond gemeten. Er worden stoffen- en waterbalansen opgesteld om ook invloeden van buiten zoals kwel en wegzijging mee te nemen. Een enquête onder akkerbouwers en loonwerkers maakt onderdeel uit van het project. Bij de agrarische natuurvereniging Wierde & Dijk in Noord-Groningen is het laten overstaan van riet in tussensloten reeds praktijk in een kwart van de tussensloten. In dit gebied kan daarom snel een praktijkexperiment plaatsvinden. Dit is één van de ‘probleemgebieden’ voor het halen van de KRW-doelen in het Noordelijk kustgebied: naast de fosforproblematiek voor het halen van de ecologische doelen in de (lokale en regionale) zoete waterlichamen. De resultaten van dit onderzoek zijn zonder meer te benutten voor andere kustgebieden. Voor overige gebieden in Nederland met mogelijk andere doelen en problemen, op andere grondsoorten en met een andere waterhuishouding kan een indicatie worden gegeven van de zuiverende werking van deze maatregel.

Tips voor eindgebruikers

hiermee breng je als overheid, agrarisch ondernemer, erfbetreder of onderwijskundige innovaties makkelijker in de praktijk.

Zowel bij grondgebonden teelt als huidige substraatteelten in de glastuinbouw komen nutriënten en restanten van gewasbeschermingsmiddelen in het grond- en oppervlaktewater terecht, of ze beïnvloeden de werking van RZWI’s negatief. In glastuinbouwconcentratiegebieden heeft de glastuinbouwsector daardoor een behoorlijk negatieve impact op de kwaliteit van grond- en oppervlaktewater. Dit project beoogt tijdens ontwerpsessies een programma van eisen te formuleren voor een nieuw wateremissievrij teeltsysteem met nulemissie als belangrijkste uitgangspunt. Op basis hiervan worden prototypen van componenten ontwikkeld en onder gecontroleerde omstandigheden getest. Uitgegaan wordt van de specifieke behoeften van individuele planten, vandaar de naam precisietuinbouwsysteem, PTS. Er wordt gebruik gemaakt van deeloplossingen en ervaringen uit eerder gestarte innovatietrajecten.

Dit project beoogt in het veld de effectiviteit van peilgestuurde drainage in de Zeeuwse bodemprofielen vast te stellen op de vermindering van de stikstofconcentratie in het oppervlaktewater. Door een dieper gelegd, peilgestuurd drainagesysteem poogt men de verblijftijd, met name van de snellere component, van het grondwater te verlengen. Studies hebben uitgewezen dat nitraat-stikstof effectief kan worden afgebroken bij een langere verblijftijd in een anaërobe zone. Dit project onderzoekt drainage onder de laagste grondwaterstand en drainage op normale diepte. Het resultaat van het project is een modelmatig conceptueel inzicht op basis van een veldproef.

Het project onderzoekt of een integrale brongerichte bedrijfsmatige aanpak de emissies van nutriënten en andere probleemstoffen van agrarische bedrijven naar het oppervlaktewater kan verminderen. De integrale benadering richt zich op drie belangrijke bronnen van afspoeling: het erf (perssappen, percolaatwater en regenwater, de slootkant (maaisel) en het perceel (mest en gewas¬beschermings¬middelen).

Er zijn aanwijzingen dat oppervlakkige afspoeling, ook in vlakke gebieden, een belangrijke route kan zijn waarlangs nutriënten het oppervlaktewater bereiken. Dit project onderzoekt daarom of het blokkeren van de oppervlakkige afvoer een efficiënte manier is om de nutriëntenvracht te reduceren. Het project bestaat uit vier onderdelen. Ten eerste: identificeren van de risicoplekken met een bestaande GIS-tool; Vervolgens: de omvang meten van de oppervlakkige afspoeling op gras- en bouwland; Daarna: ontwikkelen van een bemestingstool om incidentele verliezen te voorkomen; Tot slot: ontwikkelen van grondmaatwerk om oppervlakkige afspoeling te voorkomen.

Tips voor eindgebruikers

hiermee breng je als overheid, agrarisch ondernemer, erfbetreder of onderwijskundige innovaties makkelijker in de praktijk.

Dit project ontwikkelt een niet-grondgebonden teeltsysteem voor chrysanten met als doel nulemissie naar de bodem. Chrysant is het belangrijkste grondgebonden gewas onder glas in Nederland. Eerdere initiatieven hiervoor zijn niet geslaagd door te hoge kosten en wortelziekten. De aanvragers verwachten nu tot een oplossing te komen door gebruik te maken van andere, goedkopere substraatmaterialen en ander watermanagement. In 2009 wordt het systeem ontwikkeld in een proefkas van WUR Glastuinbouw en in 2010 vinden praktijkexperimenten plaats bij enkele telers.

Het project is gericht op het praktijkrijp maken van technologie voor het ter plekke zuiveren van drainwater door verwijdering van milieubelastende stoffen uit de landbouw zoals nutriënten, zware metalen en bestrijdingsmiddelen. In dit project wordt specifiek gekeken naar de landbouwsituatie in de bollenteelt in Noord- en Zuid-Holland en de akkerbouw in Noord-Brabant. Het einddoel van dit project is een in de landbouwpraktijk toepasbare en economisch haalbare zuiveringstechnologie voor drainwater voordat het in het oppervlaktewater stroomt.

Dit project probeert de nadelen van zogenaamde vanggewassen te ondervangen. Vanggewassen worden na de hoofdteelt toegepast om stikstof op te nemen en daarmee te voorkomen dat stikstof uitspoelt. Nadelen van de huidige vanggewassen zijn vorstgevoeligheid en het risico op aaltjes. In dit project gaat men op zoek naar andere, voor Nederland nieuwe vanggewassen, die niet de genoemde nadelen hebben. Dit gebeurt onder meer door literatuur- en databaseonderzoek. Ook gebruikt men de ervaringen uit het project ‘Nutriënten waterproof’, waarin experimenteel wat nieuwe vanggewassen zijn uitgezaaid, waarvan een aantal enig perspectief liet zien. Vervolgens worden op geschikte locaties met veelbelovende gewassen veldproeven gedaan in een praktijkexperiment.

Tips voor eindgebruikers

hiermee breng je als overheid, agrarisch ondernemer, erfbetreder of onderwijskundige innovaties makkelijker in de praktijk.

In dit project worden het zuiveringsrendement en de kosteneffectiviteit bepaald van verschillende typen zuiveringsmoerassen. De zuiveringssystemen zijn alle ingericht op het zuiveren van drainwater. De systemen verschillen in aanlegkosten en het te zuiveren nutriënt. De natuurlijke zuiveringsystemen zijn tussen 2005 en 2007 aangelegd op het PPO-proefbedrijf in Vredepeel en langs de Eeuwelscheloop te Ospel. In Vredepeel zijn op kleine schaal 4 systemen met een grootte van 32 tot 75 m² aangelegd gericht op zuivering van stikstof. Langs de Eeuwelscheloop is een systeem met de grootte van 1305m² (290 m bij 4.5m) aangelegd, met als belangrijkste doel fosfor verwijderen. Tot nu toe zijn effecten 1 tot 4 jaar gemeten. Om beter inzicht te krijgen in de (kosten)effectiviteit van deze systemen is een lange meetperiode noodzakelijk. De nadruk ligt op het meten van het zuiveringsrendement ofwel de verwijdering van stikstof en/of fosfaat. De kosten en baten worden onderzocht in een perspectievenstudie.