Home   Sitemap   English   Contact
Home / Indeling projecten / Aanpak nutriëntenkringloop

Aanpak nutrientenkringloop

Terugdringing fosfaatafspoeling boerenland

KRW08035

Terugdringing fosfaatafspoeling boerenland

Project is afgerond. Download hier eindrapport

Landelijke cijfers laten zien dat de totale fosfaatbelasting van de wateren in Nederland 19*106 kg P per jaar bedraagt, waarvan het grootse deel (13*106 kg P per jaar) via de grote rivieren afkomstig is uit het buitenland. Voor regionale –niet grensoverschrijdende- wateren is de landbouw een grote bron van fosfaat. Door het toepassen van ijzerzakken in kleigebieden kan een afname van de totale fosfaatbelasting tot 6*105 kg P per jaar bereikt worden. Om het effect van de maatregel op de waterkwaliteit in beeld te brengen, worden twee categorieën wateren bekeken: 1) regionale wateren in een gemiddelde situatie: de landbouw is hier de bron van 50% van de fosfaatbelasting, 2) regionale wateren in landbouwgebieden. Hier kan landbouw tot 100% van de fosfaatbelasting veroorzaken.
Voor de eerste categorie levert de maatregel een verbetering op van een gemiddelde concentratie van 0,21 mg P/l naar een nieuwe concentratie van 0,14 tot 0,20 mg P/l. Dit is een kleine tot significante vermindering. Voor landbouwwater in de tweede categorie resulteert het in een nieuwe concentratie van 0,07 tot 0,20 mg P/l. Uitgaande van een Goed Ecologisch Potentieel – doelstelling vanuit de Kaderrichtlijn Water van 0,15 mg p/l kan de maategel in landbouwgebieden zeker bijdragen aan het behalen van de doelstelling. Verhoging van het rendement van de maatregel kan leiden tot een verdere verbetering van de waterkwaliteit.

Ook kan gezocht worden naar aanpassing van de maatregel zodat deze breder toegepast kan worden.(gebruik van ijzerzakken of het materiaal voor duikers, in sleuven langs het land, in drains). De beschreven waterkwaliteitsverbetering is alleen van toepassing op de kleigebieden van Nederland, omdat dit het gebied is waar de maatregel en opschaling is toegepast.

Inrichtingsmaatregelen tegen oppervlakkige afspoeling

KRW08085

Inrichtingsmaatregelen tegen oppervlakkige afspoeling

Project is eind 2011 afgerond. Een eindrapport is hier te downloaden, de overige vier zijn op te vragen bij de projectleider.

oppervlakkige afspoeling landbouwgronden.

Introductie

Er zijn aanwijzingen dat oppervlakkige afspoeling, ook in vlakke gebieden, een belangrijke route kan zijn waarlangs nutriënten het oppervlaktewater bereiken. Dit project onderzoekt daarom of het blokkeren van de oppervlakkige afvoer een efficiënte manier is om de nutriëntenvracht te reduceren. Het project bestaat uit vier onderdelen. Ten eerste: identificeren van de risicoplekken met een bestaande GIS-tool; Vervolgens: de omvang meten van de oppervlakkige afspoeling op gras- en bouwland; Daarna: ontwikkelen van een bemestingstool om incidentele verliezen te voorkomen; Tot slot: ontwikkelen van grondmaatwerk om oppervlakkige afspoeling te voorkomen.

Resultaten

Het project Inrichtingsmaatregelen tegen oppervlakkige afspoeling is uitgevoerd in de periode 2009 t/m 2010.
Het project is opgesplitst in vier deelprojecten; de onderzoeksdoelen van de vier deelprojecten zijn:
1.    het identificeren van risicoplekken voor oppervlakkige afstroming;
2.    het kwantificeren van de verliezen via oppervlakkige afstroming;
3.    het tegen gaan van incidentele verliezen met behulp van weersvoorspelling;
4.    het ontwerpen, toepassen en monitoren van maatregelen tegen oppervlakkige afspoeling.
Ad. 1 Om potentiële risicoplekken voor oppervlakkige afstroming in kaart te brengen is gebruik gemaakt van gegevensbronnen m.b.t. ligging percelen, waterlopen en hoogte informatie. Lage plekken die grenzen aan waterlopen worden hierbij als potentiele risicoplekken beschouwd. Er zijn kaarten gemaakt voor de gebiedspilots van het IP-KRW-project Landbouw Centraal. De kaarten zijn vervolgens gebruikt bij de gebiedsanalyse t.b.v. het project Landbouw Centraal, verder zijn de kaarten gebruikt bij onderdeel 4 van dit project om risico’s voor oppervlakkige afstroming op perceelsniveau te identificeren.

Ad. 2 Om nutriëntenverliezen als gevolg van oppervlakkige afstroming te identificeren zijn in twee gebieden meetinrichtingen geplaatst. Op drie voor het zandgebied karakteristieke locaties in Noord-Limburg en op één voor zware komklei karakteristieke locatie in het rivierengebied zijn metingen gedaan aan oppervlakkige afstroming. Uit het onderzoek in Limburg bleek dat oppervlakkige afstroming hoofdzakelijk in de winterperiode (januari-maart) plaatsvindt. Gedurende de onderzoeksperiode vonden gemiddeld 5-9 afstromingsevents per jaar plaats, het aantal verschilt sterk per jaar (natte vs. droge winter). De concentraties van het afstromende water overschreed in 100% van de gevallen de fosfaatnorm van 0.15 mg/l P en in ca. 50-75% van de gevallen de stikstofnorm van 4 mg/l N.
In Waardenburg is oppervlakkige afvoer via greppels de belangrijkste transportroute van water en nutriënten naar het oppervlaktewaterIn 2008/2009 en 2010/2011 werd 77% van het neerslagoverschot van de meetlocatie naar de sloot afgevoerd door middel van greppels. Een groot deel van de totale stikstof- en fosfaatverliezen traden op in particulaire vorm. Aanwending van de vaste fractie van drijfmest na mestscheiding en van drijfmest leidde tot een sterke toename van de ortho-fosfaatconcentratie in het afvoerwater van de drains en greppels. Daarnaast werd na aanwending van drijfmest nog een onbekend fosfaatdeeltje (10-50 nm) waargenomen, waarschijnlijk fosfolipiden. De aanwezigheid van deze organische fosfaatverbinding in het drain- en greppelwater binnen enkele dagen na het aanwenden van drijfmest laat de sterke koppeling zien tussen landbouwkundig handelen op deze meetlocatie en de fosfaatverliezen die optreden van deze locatie naar het oppervlaktewater. De aanwezigheid van fosfolipiden in het effluent van de drains enkele dagen na aanwending van drijfmest vormen een sterke aanwijzing voor het bestaan van snelle verticale transportroutes door de bodemmatrix in de richting van de drains.

Ad.3 Incidentele verliezen
Oppervlakkige afvoer kan een belangrijke route zijn waarlangs nutriënten in het oppervlaktewater terecht komen. Het tegen gaan van incidentele nutriëntenverliezen via oppervlakkige afvoer na een bemesting kan een bijdrage leveren aan de verbetering van de kwaliteit van het oppervlaktewater op afspoelingsgevoelige gronden. Het is verstandig om een bemesting uit te stellen op momenten dat de risico’s op oppervlakkige afvoer groot zijn. De risico’s kunnen worden ingeschat aan de hand van de meerdaagse weersverwachting en de heersende hydrologische condities. In dit project is een tool ontwikkeld waarmee op basis van gemeten weer en neerslagverwachtingen adviezen gegeven worden ten aanzien van het wel of niet uitvoeren van een bemesting. Deze bemestingstool is vervolgens getest op de zware komklei-locatie.

Ad.4 Om de belasting van het oppervlaktewater via afspoeling op boerenbedrijven te beperken zijn een aantal bedrijven geselecteerd en doorgelicht. Om in contact te komen met individuele boeren is samengewerkt met het IP-KRW project Landbouw Centraal. Als eerste stap is een checklist m.b.t. potentiele risicolocaties op bedrijf en perceel opgesteld. Deze checklist in combinatie met de eerder genoemde lage plekken kaart is door de landbouwvoorlichter samen met de boer ingevuld voor twaalf bedrijven. Vervolgens zijn acht bedrijven bezocht om risicosituaties te beoordelen. Uit de bezoeken blijkt dat voor praktisch alle problemen m.b.t. belasting van het oppervlaktewater een oplossing is te vinden om de belasting te beperken, wel zijn oplossingen maatwerk. Mogelijke oplossingen die zijn aangedragen betreffen de aanleg van buisdrainage waardoor hoge grondwaterstanden worden beperkt, en waardoor de kans op oppervlakkige afstroming afneemt. Voor hotspots, zoals veedrenkplaatsen en koepaden is verplaatsing vaak een goede oplossing om oppervlakkige afstroming te beperken.


De resultaten van het project zijn vastgelegd in 4 rapportages:
1.    G. F. Koopmans, A. van den Toorn, I. C. Regelink en C. van der Salm. Oppervlakkige afspoeling op landbouwgronden. Incidentele nutriëntenverliezen en speciatie van fosfaat op zware kleigrond. Wageningen, Alterra-rapport 2269.
2.    Massop H.Th.L., I.G.A.M. Noij, W.M. Appels en A. van den Toorn. Oppervlakkige afspoeling op landbouwgronden. Metingenop zandgrond in Limburg. Wageningen, Alterra-rapport 2270.
3.    F.B.T. Assinck en C. van der Salm. Oppervlakkige afspoeling op landbouwgronden. Bemestingstool: een instrument ter voorkoming van incidentele nutriëntenverliezen door oppervlakkige afvoer. Wageningen, Alterra-rapport 2271.
4.    Massop H.Th.L. en I.G.A.M. Noij. Oppervlakkige afspoeling op landbouwgronden. Maatregelen op bedrijfsniveau. Wageningen, Alterra-rapport 2272.

Het project is hiermee afgerond.

Lekken dichten in nutriëntenkringlopen

KRW08091

Lekken dichten in nutriëntenkringlopen

Stand van zaken (april 2012)

Project is afgerond, bekijk hier de eindrapportage.

Een selectie van de output is op deze website geplaatst; overige output is beschikbaar op internet of kan worden opgevraagd bij de contactpersoon G.F. Koopmans.

De veldproef zal de komende twee jaren worden voortgezet, met financiering van o.a. het Productschap Tuinbouw. Belangrijkste aandachtspunten zijn het vaststellen van het zuiveringsrendement op de langere termijn en de waterdoorlatendheid van het ijzerzand. Daarnaast wordt aandacht besteed aan opschaling en het verder ontwikkelen van deze maatregel tot een pasklare en praktijkrijpe methode.

Lees meer »