Home   Sitemap   English   Contact
Home / Indeling projecten / Nieuwe teelten of teeltsystemen

Nieuwe teelten of teeltsystemen

Emissievrije teeltsystemen glastuinbouw

KRW08037

Emissievrije teeltsystemen glastuinbouw

Zowel bij grondgebonden teelt als huidige substraatteelten in de glastuinbouw komen nutriënten en restanten van gewasbeschermingsmiddelen in het grond- en oppervlaktewater terecht, of ze beïnvloeden de werking van RZWI’s negatief. In glastuinbouwconcentratiegebieden heeft de glastuinbouwsector daardoor een behoorlijk negatieve impact op de kwaliteit van grond- en oppervlaktewater. Dit project beoogt tijdens ontwerpsessies een programma van eisen te formuleren voor een nieuw wateremissievrij teeltsysteem met nulemissie als belangrijkste uitgangspunt. Op basis hiervan worden prototypen van componenten ontwikkeld en onder gecontroleerde omstandigheden getest. Uitgegaan wordt van de specifieke behoeften van individuele planten, vandaar de naam precisietuinbouwsysteem, PTS. Er wordt gebruik gemaakt van deeloplossingen en ervaringen uit eerder gestarte innovatietrajecten.

Chrysantenteelt in substraatbedden

KRW08038

Chrysantenteelt in substraatbedden

Project is afgerond

Eindrapport

Samenvatting

Het project Chrysantenteelt op substraatbedden heeft samen met de praktijk gewerkt aan nieuwe, emissievrije teeltsystemen voor de grondgebonden chrysantenteelt. Na een brede ontwerpfase werd samen met ondernemers gekozen voor een low-tech, mid-tech en high-tech variant:

  •  Low-tech: Diep grondbed – op 70 cm diep een plastic met drainagesysteem ingegraven;
  • Mid-tech: zandbed – een 15-20 cm diepe laag grof zand boven een verticale drainagelaag. In twee varianten werd dan wel eb-vloed gegeven van onderaf of werd een continu waterniveau gehandhaafd in de onderste centimeters van het zand.
  • High-tech: mobiele veen-systemen en substraatloze systemen: veentafel, 3 cm brede cassettes, drijvende plantjes boven een ‘vijver’ en wortelsproei.

Vooral de mid-tech-variant werd gezien als meest kansrijk vanwege de relatief gemakkelijke introductie in de praktijk: bovengronds verandert er immers weinig voor de teler.
Het zandbed is in 6 teeltronden getest en vervolgens op kleine schaal in een praktijkexperiment verder onderzocht. In de eerste zes teeltronden bleken de resultaten van het zandbed dichtbij, maar veelal net onder die van de grondreferentie. Op basis van deze resultaten is besloten geen grootschalig, maar kleinschalig praktijkonderzoek te doen bij één chrysantenteler. Het systeem is destijds aangepast om het grootste mankement het hoofd te kunnen bieden: te beperkte aanvoer van voeding en water bij de wortels. In de teeltronden die volgden werd echter de nodige meerproductie van 10-15% om een rendabele teelt te kunnen halen niet gerealiseerd.
Bedrijven en de landelijke chrysantenteelt werken verder aan het verlagen van de emissie vanuit de chrysantenteelt, onder andere door het voortzetten van het werk aan het zandbed. Ondanks dat het systeem nog niet rendabel is, is het wel het enige emissievrije teeltsysteem wat dicht bij de praktijk staat. In het project met Provincie Gelderland is voorzien in nog twee teeltronden. Deze ronden worden voortgezet. Parallel worden door de sector 1) strategieën ontwikkeld voor emissie-arm telen in de grond (sensoren en betere irrigatiesystemen) en 2) doorgewerkt aan substraatloze systemen als verder toekomstperspectief: drijvende systemen, cassettebed en wortelsproei.
De kennis uit het project over ontwerpmethodiek en plantenfysiologie wordt inmiddels toegepast bij de ontwikkeling van teeltsystemen voor 5 open teelt gewasgroepen (zomerbloemen, bladgewassen, bollen, boomteelt en fruitteelt) alsmede de lysianthusteelt. De volgende systemen – ontwikkeld in het chrysantenwerk – worden nu getoetst: Zandbed (zomerbloemen en bollen) en cassettes (lysianthus). Daarnaast wordt in de bladgewassen en de prei gewerkt met substraatloze systemen, waar het chrysantenwerk ook veel kennis aan heeft bijgedragen. In alle gevallen is emissievrij telen een systeemeis.

Lees meer »

Teelt de grond uit

KRW08040

Teelt de grond uit

Dit project ontwikkelt een geheel nieuw teeltsysteem voor de (laan)boomteelt, waarbij de teelt niet meer in de volle grond plaatsvindt maar in goten, dus uit de grond. Dit biedt mogelijkheden om water te recirculeren en de gift van nutriënten en gewasbeschermingsmiddelen te reduceren en beter te beheersen. Het systeem heeft daarnaast ook voordelen op het gebied van arbeidsomstandigheden en logistiek. Behalve in de boomteelt kan het systeem zeer waarschijnlijk ook worden toegepast bij andere vollegrondteelten. Voor deze andere vollegrondteelten wordt een beperkt aantal tests meegenomen in het project.

Lees meer »

Dieper wortelen, beter benutten

KRW08069

Dieper wortelen, beter benutten

Project is inmiddels afgerond. Het eindrapport is te vinden op de site van het Louis Bolk Instituut. hierin worden handreikingen gegeven voor de praktijk.

Abstract

Een betere benutting van nutriënten door het gras verkleint de kans op uitspoeling naar
grond- en oppervlaktewater. Wanneer grasland intensiever en dieper wortelt, en daardoor
nutriënten zoals stikstof en fosfaat uit de bodem en (kunst)mest beter benut, ontstaat
een win-win situatie voor de veehouder en de maatschappij: een hogere grasproductie
met een gelijke of lagere bemesting, lagere verliezen naar het milieu, en uiteindelijk
betere waterkwaliteit.
Nederland telt 1 miljoen ha grasland, ofwel de helft van het totale landbouwareaal
(CBS, 2011). De maatregel van een intensievere en diepere beworteling onder grasland
heeft hierdoor snel een grote impact op de waterkwaliteit in Nederland. Overigens is
deze maatregel ook relevant en vertaalbaar naar andere landbouwgewassen.
Een intensievere en diepere beworteling is niet alleen belangrijk voor de nutriëntenopname
van het gewas, maar het speelt ook een rol in wateropname, opbouw van organische stof,
bodemstructuur, voeding van bodemleven, bodemvorming, beheersing van onkruiden en
erosie (zie hoofdstuk 2 van het eindrapport).
In hoofdstuk 3 wordt het meten en monitoren van de beworteling besproken.
Managementmaatregelen die kunnen leiden tot een intensievere en diepere beworteling
vereisen meestal geen extra investeringen. In hoofdstuk 4 van deze brochure worden de
verschillende factoren beschreven die invloed hebben op de intensiteit en diepte van
beworteling, en worden maatregelen voorgesteld.

Inzet stikstofvanggewassen

KRW08073

Inzet stikstofvanggewassen

Stand van zaken (december 2012)

project is in afronding, begin 2013 wordt eindrapportage verwacht.

Dit project probeert de nadelen van zogenaamde vanggewassen te ondervangen. Vanggewassen worden na de hoofdteelt toegepast om stikstof op te nemen en daarmee te voorkomen dat stikstof uitspoelt. Nadelen van de huidige vanggewassen zijn vorstgevoeligheid en het risico op aaltjes. In dit project gaat men op zoek naar andere, voor Nederland nieuwe vanggewassen, die niet de genoemde nadelen hebben. Dit gebeurt onder meer door literatuur- en databaseonderzoek. Ook gebruikt men de ervaringen uit het project ‘Nutriënten waterproof’, waarin experimenteel wat nieuwe vanggewassen zijn uitgezaaid, waarvan een aantal enig perspectief liet zien. Vervolgens worden op geschikte locaties met veelbelovende gewassen veldproeven gedaan in een praktijkexperiment.

Lees meer »

Glastuinbouw waterproof: grondgebonden

KRW09063

Glastuinbouw waterproof: grondgebonden

stand van zaken juli 2012 (afronding project 1 november 2012, oplevering eindresultaten 13 weken later)

Lysimeter. De robuuste lysimeter heeft nu op de meeste bedrijven een  jaar gedraaid en voldoet prima. Er zijn geen technische problemen gevonden, zoals lekkage. Bij de teeltwisseling is het wel even wennen, de grondbewerking dient handmatig te geschieden. Sommige telers durven het nog niet aan er met de trekker overheen te rijden, hoewel de bak hier wel voor ontworpen is. De groei in de lysimeter wijkt niet af van de groei elders, op enkele verklaarbare uitzonderingen na. Stomen blijkt goed te gaan, door het plaatsen van een afzuiger is de temperatuur onderin de bak gemakkelijk te halen.

Watergift en drain. Inmiddels is een jaar gewerkt met het systeem en de ervaringen blijken sterk wisselend. De watergift varieert zeer sterk, dientengevolge de hoeveelheid drain. Bij enkele telers is er nauwelijks of geen drain gemeten. De achterliggende redenen zijn verschillend. Soms is dit teelttechnisch van aard (ziektedruk, bodemleven), soms heeft dit met het bodemtype te maken. Met name bij de chrysantentelers wordt soms veel drainwater gemeten, omdat er perioden zijn met flinke watergiften. Ook hiervoor zijn uiteenlopende redenen: rassen, grondsoort, ervaring, maar de meest gehoorde reden is dat men bang is concessies te moeten doen aan productie of kwaliteit. Op elk van deze argumenten is een enige nuancering op zijn plaats. Dit wordt bij de besprekingen in de praktijknetwerkgroepen gedaan, waarbij een open discussie wordt gevoerd op welke punten verbeteringen mogelijk zijn.

Bodemvocht . Het verloop van de vochtmetingen binnen en buiten de lysimeterbak is een boeiend gegeven, waarbij de patronen soms voor zichzelf spreken of soms ook onverklaarbaar zijn. Het algemene patroon is dat bij kleine gietbeurten (<5 mm) de sensoren geen uitslag geven. Bij >10 mm laat de sensor op 15 cm een piekuitslag zien. De sensor op 30 cm geeft meestal alleen een piek bij grote beurten en die op 60 cm reageert zelden op gietbeurten. Het advies aan de telers is om voornamelijk te kijken naar de trend van de tweede (op 30 cm) sensor. Als er sprake is van vernatting of verdroging, dan de gietbeurt aanpassen.

Emissies. Op die bedrijven waar drainwater is gevonden is een schatting te maken van de emissie. De P-concentraties zijn zo laag dat deze verwaarloosbaar zijn, ondanks soms hoge P-gehalten in de bodem. NO3 is soms zeer hoog in het drainwater, zodat de berekende N-emissie vele tientallen kg/ha kan bedragen.

De praktijkproeven zijn nu afgerond. Er wordt een beslismodel opgesteld waarbij de kosteneffectiviteit van de verschillende maatregelen inzichtelijk wordt gemaakt.

overzicht partners

Glastuinbouw waterproof: substraat

KRW09064

Glastuinbouw waterproof: substraat

stand van zaken juli 2012 (afronding project 1 november 2012, oplevering eindresultaten 13 weken later)

Minder spui met geavanceerde oxidatie. Sinds begin 2011 loopt op twaalf teeltbedrijven een onderzoek naar de waterstromen en naar de mogelijkheden om lozing naar het oppervlaktewater te voorkomen. De bedrijven hebben het afgelopen jaar minder spuiwater geloosd onder andere door bewuster om te gaan met water. Geavanceerde oxidatie bleek voor veel telers extra zekerheid te bieden bij recirculatie. Onderzoekers, adviseurs en telers hebben onlangs tijdens een workshop de eerste resultaten besproken. Tijdens de workshop concludeerden de telers dat zij bewuster zijn omgegaan met water door deel te nemen aan het project. Het installeren van een apparaat voor geavanceerde oxidatie bleek voor veel telers extra zekerheid te bieden bij recirculatie. Ook kwamen enkele andere positieve ervaringen ter sprake zoals eerder starten met recirculeren bij een nieuwe teelt, filterspoelwater opvangen en vervangen van de membranen in de omgekeerde osmose-installatie. De telers verwachten in 2012 de hoeveelheid spui nog verder naar beneden te kunnen brengen.

Vruchtgroentetelers hebben meer behoefte aan verdieping van kennis over de nutriëntenbehoefte van het gewas. Door meer te kijken naar wat de plant heeft opgenomen kan de bemesting verder worden geoptimaliseerd en krijgt de plant altijd de nutriënten die nodig zijn. De binnen dit project verder ontwikkelde balansmethode kan hierbij een eerste hulpmiddel zijn. Door gericht te bemesten kan de spuistroom teruggebracht worden.

Twee technieken worden bij het bedrijf Olij Rozen ingezet om het drainwater te zuiveren. Uit de eerste resultaten blijkt dat 80% van het water kan worden teruggewonnen. Dit projectonderdeel streeft naar sluiting van de waterkringloop. Dit kan onder meer plaatsvinden door water uit de spuistroom terug te winnen. Minder spui betekent een verminderde emissie van meststoffen en gewasbeschermingsmiddelen naar het milieu en daardoor ook minder verlies aan meststoffen en water. Uit een studie van TNO en WUR Glastuinbouw blijkt dat membraandestillatie en omgekeerde osmose hiervoor geschikte technieken kunnen zijn. Met beide technieken kan water met gietwaterkwaliteit bereid worden. Sinds december 2011 worden deze technieken getest in twee proefinstallaties bij Olij Rozen. De twee installaties, een door Hellebrekers Technieken gebouwde membraandestillatie-installatie (MD) en een door Bruine de  Bruin gebouwde ultrafiltratie en omgekeerde osmose (RO) installatie, worden met elkaar vergeleken op prestaties en robuustheid. Uit de eerste resultaten blijkt dat het water voor minimaal tachtig procent teruggewonnen kan worden. Hierbij ontstaat een afvalstroom. In het project wordt daarom ook gezocht naar mogelijkheden om deze afvalstroom een nieuwe (waardevolle) bestemming te geven.

De praktijkproeven zijn nu allemaal afgerond. Er wordt een businesscase ontwikkeld waarbij de kosteneffectiviteit van de verschillende maatregelen inzichtelijk wordt gemaakt.

overzicht van partners